Thursday, January 25, 2018

Gevecht

Met  de afdruk van jouw schoenzool op de muur
bevestig jij dat wij in oorlog zijn
ik dwaal naar een onbekend licht
en ga steeds langzamer naar huis

in mijn dromen spreek ik je aan
jij ligt niet niet langer op mijn kussen
maar kijk hoe hoe je mij ontwortelt
als een boom in een angstig bos

zo ontwijk je al mijn stormen
zo spreek je nooit een god aan
en zo trek je je haren los

Dichter

De dichter loopt een kilometer later
met zijn klatergoud
naar de ogen van de straten
trekt aan vlechten
stopt gevechten
haalt wat kinderen uit de knoop
dan weer langs de witte meidoornmeisjes
aait hij het graan
zwaait naar de kalverliefde
en de maan
doet de deur dicht van de waan
sluit de zinnen
morgen is een mooi begin
denkt hij vandaag

ik ben alweer vergeten

Ariel

stilte spint een warme deken
het laatste spreken hoeft niet meer
ik heb je tot op het bot bekeken
van al dat turen doen mijn wimpers zeer

maar in de klokkentoren lispel jij
dat teer gebed trekt vogels aan
boven ons straalt de turkse maan
dat licht doet zelfs een ster verbleken

stilte spint een warme deken
zoals de mist moet jij nu zijn
iets wenkt je en je moet gaan
beschouw mijn tranen als dat teken.

Januari

Januari beleef ik in mijn nieuwe washand
of ik zie een luchtig slagroommeisje a capella schaatsen
dit is de eerste maan
onder de vijver lacht de sneeuw
en kinderen mogen sleetje rijden
zoveel mogelijk zal ik trachten
om heel warm van jou te mogen worden
streel mijn koude
dat is zo mooi te vroeg

Serajewo

Heb een vrouw ontmoet
ze was begonnen schoeisel te herstellen
voordat de mayakalender afliep
ze zwoer het dragen van felle kleuren af
noemde het onkruid steeds vaker liefste
ik beschrijf nu een hele poos ons nies zeggen


daarom in het midden dit

heb een vrouw gezien met tandafdrukken
op haar bovenarmen
ik noem dit heden pleistoceen

Persephone aan de Oosterweg

het buurtschap ligt teder aan zee
haar armen laten zich ver strekken
de leeuwerik zal een lied verwekken
een dichter neemt haar klanken mee

ik ben gebleven tot het niet meer ging
de eenzaamheid maakte mijn handen groen
van sneeeuwklokjes en meerminlokken
ik heb mijn schoenen aangetrokken
en besloot dat ik er niets meer aan kon doen

want deze stilte past bij jou
ik kan immers geen jaren wachten
en ik moet huilen bij de gedachte
dat ik nooit kon wennen aan zoveel blauw

Wednesday, March 8, 2017

Wassen en spoelen.

Het land schreeuwt om zand
waar ik mijn voetstap heb gezet
tussen flarden wier en de speelse zoete eb
vormt zich een eiland.

Het is de hoogste tijd
dat kinderen zolders bouwen
aan het luchtkasteel
van touwen bleek glas en flessen.

De maan is doorzichtig
een kapitein is eeuwig dronken
hij geeft zijn speeksel aan de oceaan.

Er is niets vergaan
er is niets weg
maar het wandelt
het land schreeuwt om zand.